woensdag 17 februari 2016

Het Groen-Witte Hart van… Joop Hoesen



Vier generaties Hoesen bij Unitas

Wanneer we de ledenlijsten van de afgelopen decennia doornemen valt er iets op: steeds weer komen we dezelfde familienamen tegen. Denk maar eens aan alle Heijnens, de Romijntjes, de Quintjes, et cetera. Echter Unitasfamilies. Dit seizoen gebeurde er wel iets heel bijzonders, iets wat we nog niet eerder hebben meegemaakt (?) in de geschiedenis van onze club en waar we trots op mogen zijn. We mochten dit seizoen de vierde generatie Hoesen bij Unitas verwelkomen. Een unicum. Ik sprak met Joop Hoesen, een trotse maar bescheiden grootvader en een echte Unitasser in hart en nieren.

Joop Hoesen woonde nog maar net in Veenendaal (oorspronkelijk kwam hij uit Limburg), toen hij lid werd van V.V. Veenendaal, de club die vlak bij zijn huis was. Joop was toen 13 jaar. Samen met een aantal andere katholieke jongens, onder andere Chris Besseling, Ermes Poletto en Hennie Drost, werd hij door de inmiddels al wel bekende pastor Beckers al gauw naar Unitas gehaald. In die tijd had Unitas nog geen jeugd. Zo kwam het dat Joop op zijn 14de zijn debuut maakte in het eerste elftal. Samen met Wim Romijn behoorde hij tot de jongste jongens van de selectie. Na twee jaar kreeg Unitas het idee om een A-juniorenteam op te richten. Dit team speelde twee jaar in de Afdeling Utrecht. “Het was een heel goed elftal. We zijn geloof ik zelfs een keer kampioen geworden. De meeste spelers gingen naar het eerste.”

Zo ook Joop Hoesen. Joop speelde vervolgens van zijn 19de tot zijn 32ste in het eerste van Unitas. Tussendoor speelde hij nog wel vier jaar voor De Merino’s, na een akkefietje met de trainer. Maar hij kwam terug. “Ik kon Unitas nooit vergeten. Het was hier altijd gezellig. Op zaterdag was ik bij De Merino’s en op zondag was ik dan hier. De Merino’s was ook leuk, maar ik kwam met hangende pootjes hier terug.”
Joop begon ooit als rechtsbuiten, maar werd later door trainer Ami Zupelli op de linksback gezet. Daar heeft hij heel wat jaartjes gespeeld. Op de vraag of hij een goede voetballer was, antwoordt Joop bescheiden: “Dat kan ik van mezelf niet zeggen.” Joop speelde met veel plezier in het eerste elftal. “Het was een prachtig stel.”

Na zijn periode in het eerste speelde Joop Hoesen nog tot zijn 39ste bij de veteranen. “De knie begon raar te doen. Dus toen was het einde.” Joop vertelt met zichtbaar plezier over die tijd. “Ook dat was een mooi stel. Ons rugnummer was bijvoorbeeld onze leeftijd. Dus werd je 38, dan probeerde je je shirt te ruilen met iemand met nummer 38. Paul Oostermeijer, een fijne vent die helaas is overleden, werd veertig-en-een-half. Kreeg ‘ie een ‘+’ erachter. Noemde wij hem de hele tijd Edammertje.”

Na zijn voetballoopbaan verrichte Joop Hoesen vele activiteiten voor Unitas. Tientallen jaren stond hij achter de bar en zat hij een tijdje in de Kantinecommissie. Verder zit hij ook al jaren in de Raad van Elf en nu in de AC. “En klussen met Pijl en Schipper hè. Dat is mijn liefste hobby. In de vakantie hebben we hier ook flink doorgeklust.”
Voor alles wat Joop voor de club heeft gedaan is hij tot Lid van Verdienste benoemd.

Zoals gezegd zijn er al vier generaties Hoesen bij Unitas geweest. Joop was de tweede generatie. Toen Joop al bij Unitas speelde, kwam ook zijn vader naar onze club. Die nam zitting in de Elftallencommissie, die iedere week bij elkaar kwam om het elftal voor zondag op te stellen. Na Joop volgden ook zijn beide zoons, Christiaan en Martin, die een tijdlang samen in het eerste speelden. Chris moest stoppen vanwege zijn knieën. Hij is hier later nog wel trainer geweest en verzorgt nu de website. Martin was een hele goede voetballer. Hij heeft drie jaar bij het Jeugdplan in Zeist gespeeld. Samen met onder andere Van Basten en Vanenburg. Door onenigheid is ‘ie daarmee gestopt. Joop gekscherend: “Anders had ik nu misschien in Italië gezeten…”
Inmiddels speelt bij de F-pupillen de kleinzoon van Joop (en zoon van Chris): Robin. “Dat vind ik prachtig. Ik ben al twee woensdagen bij de training wezen kijken. Echt prachtig om te zien.”

Het gesprek komt op Jacques van der Pijl, die een tijdlang trainer van zijn zoons is geweest. “Sjaak Pijl had een prachtig stel A-junioren. Toen even niets en toen weer zo’n prachtig stel. Sjaak kon heel hard voor ze zijn, maar ook heel lief.” Lachend komt hij met een anekdote over diezelfde Pijl. “Ik stond in het eerste, we moesten tegen de Rivierwijkers. Ik dacht dat we er bij een gelijkspel in bleven en bij verlies eruit lagen. Ik was linksback. De rechtsbuiten van de tegenpartij was een hele snelle, hij was iets groter dan ik. En hij maakte 2 goals. We verloren met 1-3. Kom ik na twee jaar diezelfde rechtsbuiten hier bij Unitas tegen. Die kwam hier voetballen. Dat was Pijl. Zo geinig, dat vergeet ik nooit meer.”

Joop Hoesen is nog altijd veel te vinden bij Unitas. Hij komt graag bij activiteiten en om een potje te kaarten. “Een beetje slap kletsen aan de bar met een pilsje d’r bij. Ik ben er toch uit. Heerlijk.” Waarom is Unitas zo speciaal voor Joop? “je hart is ernaar, het trekt me gewoon. De gezelligheid, leuke mensen ook. En Carnaval. Ik ben Limburger, hè. Als klein kind ging ik al naar Carnaval toe.”
Joop betreurt het dat de opkomst met Carnaval steeds minder wordt. “Het is nog steeds net zo gezellig als vroeger hoor. Maar vroeger kwamen er zo’n 180 man, nu een kleine 100. Vroeger was het op feestavonden vol. Vooral de jeugd lijkt minder interesse te hebben. Waar het aan ligt? Ik weet het niet. Ik denk de disco’s en zo. ’t Veen is ook groter geworden natuurlijk.”
In de toekomst zal Joop hier nog veel te vinden zijn. Al wordt het wel minder dan vroeger. Naar eigen zeggen door het werk en door de kleinkinderen. Als de kleinkinderen komen, blijft hij uiteraard thuis. Joop is duidelijk gek op zijn kleinkinderen.

Hoe ziet Joop de toekomst van Unitas? “Misschien dat we nog 1 of 2 klassen hoger kunnen komen. Het is net klein Volendam hier. Als we goede spelers hebben zijn we ze meteen kwijt. Unitas is een kleine en gezellige vereniging. Maar tegenwoordig wil de jeugd hogerop, andere verenigingen komen zelfs bij ons kijken. Denk maar aan de Oostermeijers en Epskamps, die gingen allemaal naar DOVO. Je doet er niets aan. Ik vind het wel leuk dat ze hier nu in een lager team spelen. Daar ben je teveel Unitasse voor.”

Tenslotte krijgt Joop Hoesen traditiegetrouw nog de gelegenheid voor een slotwoord. “Ik hoop dat het ze goed gaat hier. En dan de gezelligheid zo blijft.”

(oktober 1999)

zondag 12 april 2015

Langs de Lijn bij… Unitas 4


Eindsprint vierde elftal komt te laat


Maandenlang stond het vierde elftal van de senioren stijf onderaan zonder ook maar één punt gepakt te hebben. Het zag er naar uit dat het een treurig seizoen zou worden. Maar na de winterstop begon het ineens te kopen. HDS was de eerste die eraan moest geloven. De eerste drie punten waren binnen. Daarna ging het hard. Achter elkaar werden er overwinning en gelijkspelen behaald. De eindsprint kwam echter net te laat. Ondanks de 13 punten eindigde het vierde toch onderaan. Maar zeker niet eerloos.



Het vierde elftal is een soort (met alle respect) restjesteam. Niet goed genoeg voor het tweede of geen gelegenheid of zin om te trainen. Dan blijft het vierde over. Zo is dit team een mengelmoes van oud en jong. Het elftal speelt in de Reserve 7e (laagste) Klassen N. Leider Tillman van de Loo: “De goede sfeer is altijd gebleven, ondanks de slechte prestaties. En dat is heel belangrijk.”



Het vierde team had dit seizoen echter één groot probleem dat zich bij aanvang van het seizoen liet gelden. Zo’n vijf spelers zijn toen plots gestopt met voetballen. De selectie werd in één klap dus aardig uitgedund. Ook de spelers die overbleven waren niet altijd aanwezig, waardoor het af en toe een probleem was een team op de been te krijgen. Hopelijk is de opkomst volgend seizoen wat beter. Op papier zijn er nog genoeg spelers beschikbaar. Een kort overzicht.



Leo de Jong:                De Bruce Grabbelaar van het team. Wisselt geweldige reddingen af met geweldige blunders. Specialist in strafschoppen stoppen. Maar ondanks alle missertjes blijft ‘ie het wel volhouden tussen de palen. Klasse!

Bert Visser:                 De bijzonder praatgrage laatste man, die de lijntjes in het veld uitzet. Al begint de ouderdom nu toch wel zijn tol te eisen: Bert is wat blessuregevoelig gebleken het afgelopen jaar.

Piet Bos:                      Multifunctioneel en overal (kop)sterk. Achterin bijna onpasseerbaar, voorin een echte goaltjesdief. Helaas mist hij nog wel eens wat opgelegde kansjes. Behalve om zijn kopkracht ook befaamd om zijn gezeur in het veld.

Rik Kort:                      Onze rasechte marinier op de rechtsback, bikkelhard en met een geweldig loopvermogen. Komt graag (tevergeefs meestal) mee op. Rik is vooral een expert in het naborrelen.

Max Mering:              Ook wel Karate Kid genoemd. Niemand kan zijn geweldige traptechniek à la Bruce Lee imiteren. Altijd getooid met knieband is hij als linksback een stevige opponent.

Raymond Hut:             De dribbelkont van het team, vooral bekend om zijn wegkappen en –draaien. En natuurlijk zijn geweldige vrije trappen. Hutje houdt alleen niet zo van meeverdedigen.

Ronald Frietman:        Kwam in oktober bij het team en speelde zoals gewoonlijk zelden. Als ‘ie wel speelde (op links- of rechtshalf) wist ‘ie altijd wel een of twee niet te missen kansen om zeep te helpen.

Jaap van der Hoeven: Eén van de oudgedienden van dit team. Is op de linkshalf een belangrijke kracht, al beginnen de jaartjes wel mee te tellen. Heeft tevens het meest aerodynamische kapsel van het hele vierde.

Donald Honders:         De eeuwige laatkomer. Iedere zondag is het weer afwachten of ‘ie komt. Je weet het nooit. Als Donald er is, is ‘ie ook niet meer van de bal weg te slaan. Overspelen is dan ook niet zijn favoriete bezigheid.

Pascal Koopen:           Gevaarlijk en snelle vleugelaanvaller. Stond dit jaar in het stralende middelpunt als kersverse bruidegom. Pascal vindt het aan de bar vaak leuker en laat zich daarom graag wat eerder wisselen.

Abdul Bahri:                Ook een van de oudgedienden en een van de altijd aanwezige spelers. Zwerft altijd over het hele veld. Op rechtsbuiten befaamd om zijn voorzet en zijn strijdkreet: “Nu! Nu! Nu!”

Tillman van de Loo:    De leider en mopperkont van dit zooitje ongeregeld. Doet af en toe ook een poging om mee te spelen. Blinkt vooral uit in commentaar leveren op de scheids en kansen om zeep helpen. Het gezicht van het het vierde.

Michael Visser:           Jawel, zoon van… De jongste speler van het team. Is regelmatig geblesseerd en miste daardoor helaas de laatste paar maanden van het seizoen. Heeft niet alleen de blessuregevoeligheid, maar ook de praatjes van zijn pa. Speelt meestal linksbuiten.

Sander Foppen:           Ook zo iemand van wie je nooit weet of ‘ie komt. Is een bijzonder gewaardeerde kracht en kan overal spelen. Nog jong en volop in ontwikkeling, al vindt ‘ie z’n Honda interessanter dan de bal.

Barry Degen:              De stevig gebouwde voorstopper van het vierde. De stofzuiger achterin, die menige bal wegwerkt. Barry bemoeit zich graag met de opbouw, maar laat vervolgens wel af en toe z’n man lopen.



Dit tobteam wordt vaak aangevuld met spelers uit het tweede. Twee doen er zelfs

regelmatig mee en verdienen dan ook een korte omschrijving:



Gerard van de Haar:  Met verve de beste van het veld als ‘ie meedoet. Heeft een geweldige traptechniek en is niet voorbij te komen. Wanneer sta je nu eindelijk eens in het eerste Geertje?

Mario Boyé:                de pingelkoning. Altijd gevaarlijk, maar heeft wel veel kansen nodig. Mario staat vooral bekend om de wijze waarop hij zijn pet draagt.



Volgend seizoen vertrekken Rik, Raymond (beiden gaan proberen het tweede te halen) en Ronald. Gelukkig komt er ook wat aanwas: Wim Kort (vader van) heeft de smaak te pakken na zijn debuut op het (voor het vierde niet zo succesvol gelopen) Veteranentoernooi. Piet van de Laan verkiest Unitas 4 boven GVVV (tenminste, als ondergetekende het goed begrepen heeft). Toch zou een aantal extra aanwinsten niet slecht uitkomen. Wie weet lukt het volgend seizoen wel om van het begin af aan punten te pakken en kan er een hogere positie behaald worden. Ach, ze hebben in ieder geval niets te verliezen…



(juli 1999, met dank aan Leo de Jong)