Vier
generaties Hoesen bij Unitas
Wanneer we de ledenlijsten
van de afgelopen decennia doornemen valt er iets op: steeds weer komen we
dezelfde familienamen tegen. Denk maar eens aan alle Heijnens, de Romijntjes,
de Quintjes, et cetera. Echter Unitasfamilies. Dit seizoen gebeurde er wel iets
heel bijzonders, iets wat we nog niet eerder hebben meegemaakt (?) in de
geschiedenis van onze club en waar we trots op mogen zijn. We mochten dit
seizoen de vierde generatie Hoesen
bij Unitas verwelkomen. Een unicum. Ik sprak met Joop Hoesen, een trotse maar
bescheiden grootvader en een echte Unitasser in hart en nieren.
Joop Hoesen woonde nog
maar net in Veenendaal (oorspronkelijk kwam hij uit Limburg), toen hij lid werd
van V.V. Veenendaal, de club die vlak bij zijn huis was. Joop was toen 13 jaar.
Samen met een aantal andere katholieke jongens, onder andere Chris Besseling,
Ermes Poletto en Hennie Drost, werd hij door de inmiddels al wel bekende pastor
Beckers al gauw naar Unitas gehaald. In die tijd had Unitas nog geen jeugd. Zo
kwam het dat Joop op zijn 14de zijn debuut maakte in het eerste
elftal. Samen met Wim Romijn behoorde hij tot de jongste jongens van de
selectie. Na twee jaar kreeg Unitas het idee om een A-juniorenteam op te
richten. Dit team speelde twee jaar in de Afdeling Utrecht. “Het was een heel
goed elftal. We zijn geloof ik zelfs een keer kampioen geworden. De meeste
spelers gingen naar het eerste.”
Zo ook Joop Hoesen. Joop speelde
vervolgens van zijn 19de tot zijn 32ste in het eerste van
Unitas. Tussendoor speelde hij nog wel vier jaar voor De Merino’s, na een
akkefietje met de trainer. Maar hij kwam terug. “Ik kon Unitas nooit vergeten.
Het was hier altijd gezellig. Op zaterdag was ik bij De Merino’s en op zondag
was ik dan hier. De Merino’s was ook leuk, maar ik kwam met hangende pootjes
hier terug.”
Joop begon ooit als
rechtsbuiten, maar werd later door trainer Ami Zupelli op de linksback gezet.
Daar heeft hij heel wat jaartjes gespeeld. Op de vraag of hij een goede
voetballer was, antwoordt Joop bescheiden: “Dat kan ik van mezelf niet zeggen.”
Joop speelde met veel plezier in het eerste elftal. “Het was een prachtig stel.”
Na zijn periode in het
eerste speelde Joop Hoesen nog tot zijn 39ste bij de veteranen. “De
knie begon raar te doen. Dus toen was het einde.” Joop vertelt met zichtbaar
plezier over die tijd. “Ook dat was een mooi stel. Ons rugnummer was
bijvoorbeeld onze leeftijd. Dus werd je 38, dan probeerde je je shirt te ruilen
met iemand met nummer 38. Paul Oostermeijer, een fijne vent die helaas is
overleden, werd veertig-en-een-half. Kreeg ‘ie een ‘+’ erachter. Noemde wij hem
de hele tijd Edammertje.”
Na zijn voetballoopbaan
verrichte Joop Hoesen vele activiteiten voor Unitas. Tientallen jaren stond hij
achter de bar en zat hij een tijdje in de Kantinecommissie. Verder zit hij ook
al jaren in de Raad van Elf en nu in de AC. “En klussen met Pijl en Schipper
hè. Dat is mijn liefste hobby. In de vakantie hebben we hier ook flink
doorgeklust.”
Voor alles wat Joop voor
de club heeft gedaan is hij tot Lid van
Verdienste benoemd.
Zoals gezegd zijn er al
vier generaties Hoesen bij Unitas geweest. Joop was de tweede generatie. Toen
Joop al bij Unitas speelde, kwam ook zijn vader naar onze club. Die nam zitting
in de Elftallencommissie, die iedere week bij elkaar kwam om het elftal voor
zondag op te stellen. Na Joop volgden ook zijn beide zoons, Christiaan en
Martin, die een tijdlang samen in het eerste speelden. Chris moest stoppen
vanwege zijn knieën. Hij is hier later nog wel trainer geweest en verzorgt nu
de website. Martin was een hele goede voetballer. Hij heeft drie jaar bij het
Jeugdplan in Zeist gespeeld. Samen met onder andere Van Basten en Vanenburg.
Door onenigheid is ‘ie daarmee gestopt. Joop gekscherend: “Anders had ik nu
misschien in Italië gezeten…”
Inmiddels speelt bij de
F-pupillen de kleinzoon van Joop (en zoon van Chris): Robin. “Dat vind ik
prachtig. Ik ben al twee woensdagen bij de training wezen kijken. Echt prachtig
om te zien.”
Het gesprek komt op
Jacques van der Pijl, die een tijdlang trainer van zijn zoons is geweest. “Sjaak
Pijl had een prachtig stel A-junioren. Toen even niets en toen weer zo’n
prachtig stel. Sjaak kon heel hard voor ze zijn, maar ook heel lief.” Lachend
komt hij met een anekdote over diezelfde Pijl.
“Ik stond in het eerste, we moesten tegen de Rivierwijkers. Ik dacht dat we er
bij een gelijkspel in bleven en bij verlies eruit lagen. Ik was linksback. De
rechtsbuiten van de tegenpartij was een hele snelle, hij was iets groter dan
ik. En hij maakte 2 goals. We verloren met 1-3. Kom ik na twee jaar diezelfde
rechtsbuiten hier bij Unitas tegen. Die kwam hier voetballen. Dat was Pijl. Zo
geinig, dat vergeet ik nooit meer.”
Joop Hoesen is nog altijd
veel te vinden bij Unitas. Hij komt graag bij activiteiten en om een potje te
kaarten. “Een beetje slap kletsen aan de bar met een pilsje d’r bij. Ik ben er
toch uit. Heerlijk.” Waarom is Unitas zo speciaal voor Joop? “je hart is
ernaar, het trekt me gewoon. De gezelligheid, leuke mensen ook. En Carnaval. Ik
ben Limburger, hè. Als klein kind ging ik al naar Carnaval toe.”
Joop betreurt het dat de
opkomst met Carnaval steeds minder wordt. “Het is nog steeds net zo gezellig
als vroeger hoor. Maar vroeger kwamen er zo’n 180 man, nu een kleine 100. Vroeger
was het op feestavonden vol. Vooral de jeugd lijkt minder interesse te hebben.
Waar het aan ligt? Ik weet het niet. Ik denk de disco’s en zo. ’t Veen is ook
groter geworden natuurlijk.”
In de toekomst zal Joop
hier nog veel te vinden zijn. Al wordt het wel minder dan vroeger. Naar eigen
zeggen door het werk en door de kleinkinderen. Als de kleinkinderen komen,
blijft hij uiteraard thuis. Joop is duidelijk gek op zijn kleinkinderen.
Hoe ziet Joop de toekomst
van Unitas? “Misschien dat we nog 1 of 2 klassen hoger kunnen komen. Het is net
klein Volendam hier. Als we goede spelers hebben zijn we ze meteen kwijt.
Unitas is een kleine en gezellige vereniging. Maar tegenwoordig wil de jeugd
hogerop, andere verenigingen komen zelfs bij ons kijken. Denk maar aan de
Oostermeijers en Epskamps, die gingen allemaal naar DOVO. Je doet er niets aan.
Ik vind het wel leuk dat ze hier nu in een lager team spelen. Daar ben je
teveel Unitasse voor.”
Tenslotte krijgt Joop
Hoesen traditiegetrouw nog de gelegenheid voor een slotwoord. “Ik hoop dat het
ze goed gaat hier. En dan de gezelligheid zo blijft.”
(oktober 1999)