Eindsprint vierde elftal komt te laat
Maandenlang stond het
vierde elftal van de senioren stijf onderaan zonder ook maar één punt gepakt te
hebben. Het zag er naar uit dat het een treurig seizoen zou worden. Maar na de
winterstop begon het ineens te kopen. HDS was de eerste die eraan moest
geloven. De eerste drie punten waren binnen. Daarna ging het hard. Achter
elkaar werden er overwinning en gelijkspelen behaald. De eindsprint kwam echter
net te laat. Ondanks de 13 punten eindigde het vierde toch onderaan. Maar zeker
niet eerloos.
Het vierde elftal is een
soort (met alle respect) restjesteam. Niet goed genoeg voor het tweede of geen
gelegenheid of zin om te trainen. Dan blijft het vierde over. Zo is dit team
een mengelmoes van oud en jong. Het elftal speelt in de Reserve 7e
(laagste) Klassen N. Leider Tillman van de Loo: “De goede sfeer is altijd gebleven,
ondanks de slechte prestaties. En dat is heel belangrijk.”
Het vierde team had dit
seizoen echter één groot probleem dat zich bij aanvang van het seizoen liet
gelden. Zo’n vijf spelers zijn toen plots gestopt met voetballen. De selectie
werd in één klap dus aardig uitgedund. Ook de spelers die overbleven waren niet
altijd aanwezig, waardoor het af en toe een probleem was een team op de been te
krijgen. Hopelijk is de opkomst volgend seizoen wat beter. Op papier zijn er
nog genoeg spelers beschikbaar. Een kort overzicht.
Leo de Jong: De
Bruce Grabbelaar van het team. Wisselt geweldige reddingen af met geweldige
blunders. Specialist in strafschoppen stoppen. Maar ondanks alle missertjes
blijft ‘ie het wel volhouden tussen de palen. Klasse!
Bert Visser: De
bijzonder praatgrage laatste man, die de lijntjes in het veld uitzet. Al begint
de ouderdom nu toch wel zijn tol te eisen: Bert is wat blessuregevoelig
gebleken het afgelopen jaar.
Piet Bos: Multifunctioneel
en overal (kop)sterk. Achterin bijna onpasseerbaar, voorin een echte
goaltjesdief. Helaas mist hij nog wel eens wat opgelegde kansjes. Behalve om
zijn kopkracht ook befaamd om zijn gezeur in het veld.
Rik Kort: Onze
rasechte marinier op de rechtsback, bikkelhard en met een geweldig
loopvermogen. Komt graag (tevergeefs meestal) mee op. Rik is vooral een expert
in het naborrelen.
Max Mering: Ook
wel Karate Kid genoemd. Niemand kan zijn geweldige traptechniek à la Bruce Lee
imiteren. Altijd getooid met knieband is hij als linksback een stevige
opponent.
Raymond Hut: De
dribbelkont van het team, vooral bekend om zijn wegkappen en –draaien. En
natuurlijk zijn geweldige vrije trappen. Hutje houdt alleen niet zo van meeverdedigen.
Ronald Frietman: Kwam
in oktober bij het team en speelde zoals gewoonlijk zelden. Als ‘ie wel speelde
(op links- of rechtshalf) wist ‘ie altijd wel een of twee niet te missen kansen
om zeep te helpen.
Jaap van der Hoeven: Eén
van de oudgedienden van dit team. Is op de linkshalf een belangrijke kracht, al
beginnen de jaartjes wel mee te tellen. Heeft tevens het meest aerodynamische
kapsel van het hele vierde.
Donald Honders: De
eeuwige laatkomer. Iedere zondag is het weer afwachten of ‘ie komt. Je weet het
nooit. Als Donald er is, is ‘ie ook niet meer van de bal weg te slaan.
Overspelen is dan ook niet zijn favoriete bezigheid.
Pascal Koopen: Gevaarlijk
en snelle vleugelaanvaller. Stond dit jaar in het stralende middelpunt als
kersverse bruidegom. Pascal vindt het aan de bar vaak leuker en laat zich
daarom graag wat eerder wisselen.
Abdul Bahri: Ook
een van de oudgedienden en een van de altijd aanwezige spelers. Zwerft altijd over
het hele veld. Op rechtsbuiten befaamd om zijn voorzet en zijn strijdkreet: “Nu!
Nu! Nu!”
Tillman van de Loo: De
leider en mopperkont van dit zooitje ongeregeld. Doet af en toe ook een poging
om mee te spelen. Blinkt vooral uit in commentaar leveren op de scheids en
kansen om zeep helpen. Het gezicht van het het vierde.
Michael Visser: Jawel,
zoon van… De jongste speler van het team. Is regelmatig geblesseerd en miste
daardoor helaas de laatste paar maanden van het seizoen. Heeft niet alleen de
blessuregevoeligheid, maar ook de praatjes van zijn pa. Speelt meestal
linksbuiten.
Sander Foppen: Ook
zo iemand van wie je nooit weet of ‘ie komt. Is een bijzonder gewaardeerde
kracht en kan overal spelen. Nog jong en volop in ontwikkeling, al vindt ‘ie z’n
Honda interessanter dan de bal.
Barry Degen: De
stevig gebouwde voorstopper van het vierde. De stofzuiger achterin, die menige
bal wegwerkt. Barry bemoeit zich graag met de opbouw, maar laat vervolgens wel
af en toe z’n man lopen.
Dit tobteam wordt vaak aangevuld met spelers uit het
tweede. Twee doen er zelfs
regelmatig mee en verdienen dan ook een korte
omschrijving:
Gerard van de Haar: Met
verve de beste van het veld als ‘ie meedoet. Heeft een geweldige traptechniek
en is niet voorbij te komen. Wanneer sta je nu eindelijk eens in het eerste
Geertje?
Mario Boyé: de
pingelkoning. Altijd gevaarlijk, maar heeft wel veel kansen nodig. Mario staat
vooral bekend om de wijze waarop hij zijn pet draagt.
Volgend seizoen vertrekken
Rik, Raymond (beiden gaan proberen het tweede te halen) en Ronald. Gelukkig komt
er ook wat aanwas: Wim Kort (vader van) heeft de smaak te pakken na zijn debuut
op het (voor het vierde niet zo succesvol gelopen) Veteranentoernooi. Piet van
de Laan verkiest Unitas 4 boven GVVV (tenminste, als ondergetekende het goed begrepen
heeft). Toch zou een aantal extra aanwinsten niet slecht uitkomen. Wie weet
lukt het volgend seizoen wel om van het begin af aan punten te pakken en kan er
een hogere positie behaald worden. Ach, ze hebben in ieder geval niets te
verliezen…
(juli 1999, met dank aan Leo de Jong)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten