zondag 12 april 2015

Langs de Lijn bij… Unitas 4


Eindsprint vierde elftal komt te laat


Maandenlang stond het vierde elftal van de senioren stijf onderaan zonder ook maar één punt gepakt te hebben. Het zag er naar uit dat het een treurig seizoen zou worden. Maar na de winterstop begon het ineens te kopen. HDS was de eerste die eraan moest geloven. De eerste drie punten waren binnen. Daarna ging het hard. Achter elkaar werden er overwinning en gelijkspelen behaald. De eindsprint kwam echter net te laat. Ondanks de 13 punten eindigde het vierde toch onderaan. Maar zeker niet eerloos.



Het vierde elftal is een soort (met alle respect) restjesteam. Niet goed genoeg voor het tweede of geen gelegenheid of zin om te trainen. Dan blijft het vierde over. Zo is dit team een mengelmoes van oud en jong. Het elftal speelt in de Reserve 7e (laagste) Klassen N. Leider Tillman van de Loo: “De goede sfeer is altijd gebleven, ondanks de slechte prestaties. En dat is heel belangrijk.”



Het vierde team had dit seizoen echter één groot probleem dat zich bij aanvang van het seizoen liet gelden. Zo’n vijf spelers zijn toen plots gestopt met voetballen. De selectie werd in één klap dus aardig uitgedund. Ook de spelers die overbleven waren niet altijd aanwezig, waardoor het af en toe een probleem was een team op de been te krijgen. Hopelijk is de opkomst volgend seizoen wat beter. Op papier zijn er nog genoeg spelers beschikbaar. Een kort overzicht.



Leo de Jong:                De Bruce Grabbelaar van het team. Wisselt geweldige reddingen af met geweldige blunders. Specialist in strafschoppen stoppen. Maar ondanks alle missertjes blijft ‘ie het wel volhouden tussen de palen. Klasse!

Bert Visser:                 De bijzonder praatgrage laatste man, die de lijntjes in het veld uitzet. Al begint de ouderdom nu toch wel zijn tol te eisen: Bert is wat blessuregevoelig gebleken het afgelopen jaar.

Piet Bos:                      Multifunctioneel en overal (kop)sterk. Achterin bijna onpasseerbaar, voorin een echte goaltjesdief. Helaas mist hij nog wel eens wat opgelegde kansjes. Behalve om zijn kopkracht ook befaamd om zijn gezeur in het veld.

Rik Kort:                      Onze rasechte marinier op de rechtsback, bikkelhard en met een geweldig loopvermogen. Komt graag (tevergeefs meestal) mee op. Rik is vooral een expert in het naborrelen.

Max Mering:              Ook wel Karate Kid genoemd. Niemand kan zijn geweldige traptechniek à la Bruce Lee imiteren. Altijd getooid met knieband is hij als linksback een stevige opponent.

Raymond Hut:             De dribbelkont van het team, vooral bekend om zijn wegkappen en –draaien. En natuurlijk zijn geweldige vrije trappen. Hutje houdt alleen niet zo van meeverdedigen.

Ronald Frietman:        Kwam in oktober bij het team en speelde zoals gewoonlijk zelden. Als ‘ie wel speelde (op links- of rechtshalf) wist ‘ie altijd wel een of twee niet te missen kansen om zeep te helpen.

Jaap van der Hoeven: Eén van de oudgedienden van dit team. Is op de linkshalf een belangrijke kracht, al beginnen de jaartjes wel mee te tellen. Heeft tevens het meest aerodynamische kapsel van het hele vierde.

Donald Honders:         De eeuwige laatkomer. Iedere zondag is het weer afwachten of ‘ie komt. Je weet het nooit. Als Donald er is, is ‘ie ook niet meer van de bal weg te slaan. Overspelen is dan ook niet zijn favoriete bezigheid.

Pascal Koopen:           Gevaarlijk en snelle vleugelaanvaller. Stond dit jaar in het stralende middelpunt als kersverse bruidegom. Pascal vindt het aan de bar vaak leuker en laat zich daarom graag wat eerder wisselen.

Abdul Bahri:                Ook een van de oudgedienden en een van de altijd aanwezige spelers. Zwerft altijd over het hele veld. Op rechtsbuiten befaamd om zijn voorzet en zijn strijdkreet: “Nu! Nu! Nu!”

Tillman van de Loo:    De leider en mopperkont van dit zooitje ongeregeld. Doet af en toe ook een poging om mee te spelen. Blinkt vooral uit in commentaar leveren op de scheids en kansen om zeep helpen. Het gezicht van het het vierde.

Michael Visser:           Jawel, zoon van… De jongste speler van het team. Is regelmatig geblesseerd en miste daardoor helaas de laatste paar maanden van het seizoen. Heeft niet alleen de blessuregevoeligheid, maar ook de praatjes van zijn pa. Speelt meestal linksbuiten.

Sander Foppen:           Ook zo iemand van wie je nooit weet of ‘ie komt. Is een bijzonder gewaardeerde kracht en kan overal spelen. Nog jong en volop in ontwikkeling, al vindt ‘ie z’n Honda interessanter dan de bal.

Barry Degen:              De stevig gebouwde voorstopper van het vierde. De stofzuiger achterin, die menige bal wegwerkt. Barry bemoeit zich graag met de opbouw, maar laat vervolgens wel af en toe z’n man lopen.



Dit tobteam wordt vaak aangevuld met spelers uit het tweede. Twee doen er zelfs

regelmatig mee en verdienen dan ook een korte omschrijving:



Gerard van de Haar:  Met verve de beste van het veld als ‘ie meedoet. Heeft een geweldige traptechniek en is niet voorbij te komen. Wanneer sta je nu eindelijk eens in het eerste Geertje?

Mario Boyé:                de pingelkoning. Altijd gevaarlijk, maar heeft wel veel kansen nodig. Mario staat vooral bekend om de wijze waarop hij zijn pet draagt.



Volgend seizoen vertrekken Rik, Raymond (beiden gaan proberen het tweede te halen) en Ronald. Gelukkig komt er ook wat aanwas: Wim Kort (vader van) heeft de smaak te pakken na zijn debuut op het (voor het vierde niet zo succesvol gelopen) Veteranentoernooi. Piet van de Laan verkiest Unitas 4 boven GVVV (tenminste, als ondergetekende het goed begrepen heeft). Toch zou een aantal extra aanwinsten niet slecht uitkomen. Wie weet lukt het volgend seizoen wel om van het begin af aan punten te pakken en kan er een hogere positie behaald worden. Ach, ze hebben in ieder geval niets te verliezen…



(juli 1999, met dank aan Leo de Jong)